Uit onderzoek van NOS en Nieuwsuur bleek deze zomer dat in 255 openbare gemeentelijke documenten burgerservicenummers stonden. Het opvallende zat niet in dat getal, maar in de werkwijze: veel van die organisaties gebruikten al anonimiseersoftware, met daarna een controle door een medewerker.
Er was dus een tool. Er was een controle. En toch stonden die documenten online.
Dat roept een vraag op die de komende jaren alleen maar belangrijker wordt: wanneer is een document eigenlijk écht anoniem? Het antwoord daarop is aan het verschuiven.
Anonimiteit is relatief geworden
Op 7 juli 2026 publiceerde de European Data Protection Board een concept voor nieuwe richtsnoeren over anonimisering. Het is de eerste EU-brede actualisering van het kader sinds de opinie van de Artikel 29-werkgroep uit 2014, geschreven in een tijd vóór grote taalmodellen. De consultatie loopt tot 30 oktober 2026; ook gemeenten en hun koepels kunnen reageren.
Drie punten zijn direct relevant voor openbaarmaking.
-
Anonimiteit is relatief. Of gegevens anoniem zijn, hangt af van wie ze in handen heeft en wat die partij redelijkerwijs kan doen om te heridentificeren. Dezelfde dataset kan voor de ene partij persoonsgegevens bevatten en voor de andere niet. De EDPB sluit hiermee aan bij recente rechtspraak van het Hof van Justitie.
-
Drie cumulatieve criteria. Getoetst wordt of individuen niet kunnen worden uitgelicht, of gegevens niet koppelbaar zijn, en of er niets over een persoon kan worden afgeleid. Alle drie moeten standhouden.
-
Documenteren en herbeoordelen. Dit is de bepaling met de meeste praktische impact. De EDPB verwacht dat organisaties hun anonimiseringsproces vastleggen, inclusief de toetsing van de resultaten, en die documentatie bewaren. Anonimisering is geen certificaat dat u één keer haalt, maar een beoordeling die u periodiek herhaalt.
Waarom dat laatste geen theorie is
Onderzoekers van ETH Zürich en Anthropic publiceerden dit voorjaar een studie waarin taalmodellen anonieme auteurs op grote schaal konden heridentificeren op basis van schrijfstijl en tekstinhoud, met ongeveer 67 procent trefkans bij 90 procent precisie. Naast fora als Reddit en Hacker News testten zij dit ook op geanonimiseerde interviewtranscripten.
Hun conclusie: het uitgangspunt van "praktische onvindbaarheid", anoniem blijven omdat identificeren simpelweg te veel moeite kost, is niet langer houdbaar. De studie is nog niet peer-reviewed, maar het signaal is helder. Namen en nummers weglakken zegt steeds minder over wat er nog uit een document te halen valt.
Ondertussen laat de rechtspraak zien hoe lastig herleidbaarheid juridisch te bewijzen is. Eind juli oordeelde de Raad van State definitief dat een gemeente een privacyboete van 600.000 euro voor wifi-tellingen niet hoeft te betalen. Belangrijk om goed te lezen: die uitspraak ging niet over de vraag óf er persoonsgegevens werden verwerkt. De hoogste bestuursrechter liet die vraag uitdrukkelijk open; de toezichthouder verloor op bewijsrechtelijke en procedurele gronden. De inhoudelijke vraag wanneer technische gegevens herleidbaar zijn tot personen, is dus nog altijd onbeantwoord.
Wat er verandert per 1 januari 2027
Over de Archiefwet 2026 bestaat een hardnekkig misverstand. De overbrengingstermijn gaat inderdaad van twintig naar tien jaar, maar die verkorting geldt uitsluitend voor documenten die worden opgemaakt of ontvangen ná inwerkingtreding. Er is geen achterstand die u vóór 1 januari 2027 moet wegwerken.
Wat wél verandert is fundamenteler: archivering wordt geen sluitstuk meer, maar onderdeel van het proces vanaf het moment van creatie. Voor documenten die vanaf 2027 ontstaan, komt het moment waarop u beslist over openbaarheidsbeperkingen, en dus over afschermen en anonimiseren — een decennium eerder te liggen.
Zelftest: vijf vragen over jouw anonimiseringsproces
Geen scorekaart, geen formulier. Vijf vragen die je in een werkoverleg kunt langslopen.
- Wie controleert ná publicatie? Je anonimiseertool kijkt naar het document. Wie kijkt naar wat er daadwerkelijk online staat, en hoe vaak?
- Kun je per document laten zien wat er is afgeschermd en waarom? Niet als vinkje, maar als traceerbare lijst, inclusief de grond voor elke beslissing.
- Kijk je verder dan namen en nummers? Een gelakte naam helpt niet als de rest van de tekst één persoon aanwijst. De EDPB-criteria toetsen op uitlichten, koppelen én afleiden.
- Wat gebeurt er bij de overdracht? Tussen anonimiseren en publiceren zit vaak een handmatige stap, en het publicatiesysteem voert zelf geen controle uit. Wie bewaakt die?
- Wanneer is je proces voor het laatst opnieuw beoordeeld? Als het antwoord "bij de implementatie" is, is dat onder de nieuwe richtsnoeren te lang geleden.
Een tool die lakt is iets anders dan een proces dat standhoudt
Anonimiseersoftware hebben de meeste organisaties inmiddels. Wat ontbreekt, is de sluitende controle daaromheen: op de overdracht naar het publicatiesysteem, op wat er al online staat, en op de vraag of het resultaat de toets van vandaag nog doorstaat.
JOIN Anonimiseren is gebouwd rond dat onderscheid. De software herkent namen, bsn's, adressen, geboortedata, telefoonnummers, e-mailadressen, IBAN-nummers en kentekens automatisch, en is uit te breiden met organisatiespecifieke termen. De medewerker controleert de voorstellen vóórdat markeringen definitief worden. Bewust zonder generatieve AI en zonder black-box-model: elke geanonimiseerde term blijft traceerbaar, het resultaat is voorspelbaar en auditbaar.
Wil je die vijf vragen eens langslopen voor je eigen situatie? Plan dan een demo of adviesgesprek met een van onze consultants.